De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Tot en met 31 december 2026 mag u alles wegstrepen wat u van het net afneemt; daarna rekent uw leverancier afname en teruglevering apart af. U krijgt dan bruto minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, ongeveer 5,5 cent per kilowattuur. Na aftrek van terugleverkosten blijft daar bij een vast contract vaak 0,25 tot 3,3 cent van over. Uw energielabel verandert daar niets door.
Nederland telt ruim drie miljoen woningen met zonnepanelen, ongeveer 37 procent van de woningvoorraad. Dat cijfer is een bewerking van CBS-cijfers over 2025 door Zonneplan. Voor al die huishoudens is dit het belangrijkste nieuws van 2026. Hieronder leest u wat salderen is, wat er precies is besloten en wat u vanaf 2027 nog overhoudt aan teruglevering. Daarna leggen wij uit waarom uw energielabel gelijk blijft, en waarom dat label bij verkoop en verhuur juist zwaarder gaat wegen.
De salderingsregeling zonnepanelen in cijfers: wat er in 2027 verandert
Deze kengetallen over de salderingsregeling 2027 komen terug in de rest van dit artikel. Tarieven per leverancier zijn momentopnames, dus let altijd op de peildatum. Wij rekenen in dit hele artikel met een stroomprijs van €0,24 per kilowattuur, dezelfde prijs die de Consumentenbond hanteert.
| Kengetal | Waarde |
|---|---|
| Laatste dag dat u mag salderen | 31 december 2026 |
| Salderen stopt | 1 januari 2027, in één keer, zonder afbouwpad |
| Wet aangenomen | Tweede Kamer 14 november 2024, Eerste Kamer 17 december 2024 |
| Wettelijk minimum terugleververgoeding | 50% van het kale leveringstarief, tot 1 januari 2030 |
| Dat minimum in centen | circa €0,055 per kWh bij een kaal tarief van €0,11 |
| Waarde van een gesaldeerde kWh in 2026 | circa €0,24 inclusief energiebelasting en btw |
| Terugleverkosten 2026 | circa €0,109 tot €0,182 per kWh |
| Netto terugleveropbrengst 2027, vast contract | €0,0025 tot €0,0330 per kWh |
| Terugverdientijd vanaf 2027 bij 30% eigen verbruik | 14 tot 18 jaar |
| Effect op uw energielabel | geen, de NTA 8800 rekent met opgewekte kilowatturen |
Wat is salderen en hoe werkt het?
Salderen zonnepanelen betekent: de stroom die uw panelen terugleveren wegstrepen tegen de stroom die u van het net afneemt, bij dezelfde leverancier en op dezelfde aansluiting. De verrekening loopt per verbruiksjaar. U betaalt alleen over het saldo, dus ook geen energiebelasting en geen btw over de weggestreepte kilowatturen.
Waarom een gesaldeerde kilowattuur ongeveer 24 cent waard is
Een kilowattuur stroom bestaat uit drie delen: de kale leveringsprijs van uw leverancier (in 2026 ruwweg €0,11 tot €0,13), de energiebelasting (€0,09161 exclusief btw) en de btw daar bovenop. Samen is dat €0,24 tot €0,27 per kilowattuur. Wij rekenen hieronder met €0,24, de ondergrens van die reeks en de prijs die de Consumentenbond gebruikt. Vergelijkers noemen soms €0,28; in dat gemiddelde zitten ook vaste opslagen die u met zonnepanelen niet uitspaart.
Omdat saldering ook de belasting en de btw wegstreept, is een teruggeleverde kilowattuur nu vrijwel evenveel waard als een ingekochte. Dat voordeel vervalt op 1 januari 2027. Vanaf dat moment betaalt u belasting en btw over álle stroom die u afneemt, en krijgt u voor teruglevering alleen nog een vergoeding over de kale leveringsprijs.
Salderen 2026: een rekenvoorbeeld
Neem een eengezinswoning met een jaarverbruik van 3.500 kWh en tien zonnepanelen die 3.800 kWh opwekken. Ongeveer 30 procent daarvan gaat direct het huis in.
- Direct zelf verbruikt: 1.140 kWh. Die stroom komt nooit op de meter.
- Teruggeleverd aan het net: 2.660 kWh.
- Van het net afgenomen: 2.360 kWh.
- Gesaldeerd, oftewel weggestreept: 2.360 kWh. U kunt namelijk niet meer wegstrepen dan u in datzelfde jaar van het net heeft afgenomen.
- Overschot boven de saldering: 300 kWh, waarvoor u een terugleververgoeding krijgt.
Financieel betekent dat in 2026 een besparing van 3.500 kWh maal €0,24, dus €840, plus ongeveer €24 voor het overschot van 300 kWh. Voor dat overschot betalen leveranciers in 2026 doorgaans rond €0,08 per kilowattuur. Die vergoeding verschilt sterk: in 2026 loopt zij uiteen van 1 cent tot ruim 17 cent per kilowattuur. Daar gaan de terugleverkosten nog vanaf. Bij een middenklasse tarief van €0,13 per teruggeleverde kilowattuur is dat €346, waarmee het nettovoordeel op ongeveer €518 uitkomt.
Wanneer stopt de salderingsregeling precies?
Op 1 januari 2027, in één keer. Tot wanneer salderen mag, is dus scherp begrensd: tot en met 31 december 2026 mag u alles wegstrepen wat u in dat jaar van het net heeft afgenomen. Van een afbouw van de salderingsregeling in stappen, zoals het eerdere wetsvoorstel 35.594 voorstelde, is geen sprake meer.
Er is ook geen overgangsregeling voor bestaande installaties. Vanaf 1 januari 2027 worden afname en teruglevering volledig los van elkaar afgerekend, ook voor panelen die al jaren op uw dak liggen.
Hoe de wetgeving is verlopen
| Datum | Wat er gebeurde |
|---|---|
| 13 februari 2024 | Eerste Kamer verwerpt het oude afbouwplan 35.594 (afbouw 2025 tot 2031) |
| 17 september 2024 | Wetsvoorstel 36.611, Wet beëindiging salderingsregeling, wordt ingediend |
| 14 november 2024 | Tweede Kamer neemt het voorstel aan, met zeven amendementen |
| 17 december 2024 | Eerste Kamer neemt het voorstel aan |
| 29 januari 2025 | Publicatie in Staatsblad 2025, 17 |
| 17 december 2025 | ACM concludeert dat terugleverkosten niet onredelijk zijn |
| 12 juni 2026 | Tweede Kamer verwerpt een motie om saldering te behouden |
| 1 januari 2027 | De wet treedt in werking, salderen stopt |
| 1 januari 2030 | De wettelijke ondergrens van 50 procent vervalt |
De wet wijzigt onder meer de Energiewet en de Wet belastingen op milieugrondslag. Die laatste maakte het salderen van de energiebelasting mogelijk. Door het schrappen daarvan verdwijnt het belastingvoordeel per 1 januari 2027.
Is de afschaffing van de salderingsregeling nog terug te draaien?
Nee. De wet is gepubliceerd en de Tweede Kamer verwierp op 12 juni 2026 met ruime meerderheid een motie om de salderingsregeling te behouden. Alleen SP, DENK, BBB, Groep Markuszower en PVV stemden voor. Ga er dus van uit dat 31 december 2026 de laatste salderingsdag is.
Wat verandert er per 1 januari 2027 aan de terugleververgoeding?
Stroom terugleveren levert vanaf 2027 een vergoeding op over álle teruggeleverde kilowatturen, niet meer alleen over het overschot. Die vergoeding moet redelijk zijn en bedraagt tot 1 januari 2030 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, dus van de prijs zonder energiebelasting en btw. Bij een kaal tarief van €0,11 is dat ongeveer €0,055 per kilowattuur.
| Onderdeel | Tot en met 31 december 2026 | Vanaf 1 januari 2027 |
|---|---|---|
| Opwek wegstrepen tegen verbruik | ja, per jaar, tot uw afname van het net | nee, alles wordt apart afgerekend |
| Energiebelasting over teruggeleverde kWh | wordt weggestreept | u betaalt belasting over alle afname |
| Vergoeding voor teruglevering | alleen over het overschot | over alle teruggeleverde kWh |
| Wettelijk minimum | geen expliciete ondergrens | 50% van het kale leveringstarief, tot 1-1-2030 |
| Terugleverkosten | toegestaan | kosten die met saldering samenhangen zijn verboden |
| Negatieve nettovergoeding | feitelijk mogelijk | verboden, beoordeeld over minimaal een maand |
De vijf amendementen die uw positie verbeteren
De Tweede Kamer nam zeven amendementen aan. Vijf daarvan raken u direct.
- De vergoeding is tot 1 januari 2030 minimaal 50 procent van de kale leveringsprijs, voor elk contracttype.
- Leveranciers mogen vanaf 2027 geen kosten meer rekenen die specifiek met de salderingsregeling samenhangen. Onbalanskosten mogen blijven.
- Een netto negatieve terugleververgoeding is verboden, beoordeeld over een periode van minimaal een maand.
- Wijzigt uw leverancier de voorwaarden per 1 januari 2027, dan mag u een langlopend contract kosteloos opzeggen.
- De ACM houdt toezicht op de vraag of er een concurrerend aanbod aan terugleverovereenkomsten beschikbaar blijft.
De wet wordt na drie jaar geëvalueerd. Vindt u de vergoeding van uw leverancier onredelijk, dan dient u eerst een klacht in bij de leverancier zelf en daarna bij ACM ConsuWijzer.
Wat zijn terugleverkosten en mag uw leverancier die rekenen?
Terugleverkosten zonnepanelen zijn de kosten die leveranciers in rekening brengen bij klanten met panelen op het dak. Ja, uw leverancier mag ze rekenen. De ACM oordeelde op 17 december 2025 dat de bedragen niet onredelijk zijn ten opzichte van de kosten die leveranciers werkelijk maken.
De onderbouwing: goedkope zomerstroom moet worden weggestreept tegen duurdere winterstroom. Daar komen twee posten bij. Onbalanskosten zijn de kosten die uw leverancier maakt omdat hij stroom vooraf inkoopt en moet bijsturen als u meer of minder teruglevert dan voorspeld. Profielkosten ontstaan doordat u juist teruglevert op momenten dat de stroomprijs laag is.
In de volksmond heet dit een terugleverboete, maar dat is geen wettelijke term. De ACM heeft naar aanleiding van haar onderzoek geen handhavingsbesluit genomen en geen boetes opgelegd. Wel constateerde zij dat de contracten slecht met elkaar te vergelijken zijn, omdat leveranciers drie verschillende rekenmethoden gebruiken.
- Een tarief per teruggeleverde kilowattuur, bijvoorbeeld bij ENGIE, Greenchoice, Oxxio en Eneco.
- Een staffel: een vast bedrag per dag of per maand, afhankelijk van hoeveel u teruglevert. Vattenfall hanteert 73 staffels, Vandebron 51 en Budget Thuis 26.
- Een vast maandbedrag, ongeacht het volume. Coolblue Energie werd zo genoemd, met circa €17,50 per maand.
Sinds 1 januari 2026 eist de ACM dat de terugleverkosten in het modelcontract altijd per kilowattuur worden berekend. Dat maakt vergelijken eenvoudiger, al geldt die eis alleen voor het modelcontract.
Terugleverkosten 2026 per leverancier
Peildatum van onderstaande tabel: 17 december 2025, overzicht van Energievergelijk, bij een teruglevering van 2.400 en 4.800 kWh per jaar. De jaarbedragen wijken soms af van het tarief maal het volume, doordat een deel van de leveranciers met een staffel of een vast maandbedrag werkt en niet met een zuiver kilowattuurtarief. Bij Essent en Budget Energie is dat verschil het grootst. Tarieven wijzigen regelmatig, dus controleer ze in uw eigen contract.
| Leverancier | Tarief per kWh | Per jaar bij 2.400 kWh | Per jaar bij 4.800 kWh |
|---|---|---|---|
| Eneco (vast 3 jaar) | €0,182 | €437,52 | €875,04 |
| Pure Energie (vast 1 jaar) | €0,178 | €435,00 | €802,80 |
| Vandebron (vast 3 jaar) | €0,160 | €380,04 | €780,00 |
| Essent | €0,130 | €272,28 | €633,84 |
| Budget Energie | €0,109 | €216,00 | €504,00 |
Tussen de duurste en de goedkoopste leverancier zit bij 4.800 kWh teruglevering ruim €370 per jaar verschil. Leveranciers met een dynamisch tarief rekenen doorgaans geen aparte terugleverkosten. Wat dat in de praktijk betekent, leggen wij uit in ons artikel over het dynamische stroomtarief met zonnepanelen.
Zonnepanelen 2027: wat blijft er netto over?
Kijk niet naar de bruto terugleververgoeding, maar naar de netto uitkomst: vergoeding min terugleverkosten. De aangekondigde bruto vergoedingen voor 2027 liggen in onderstaande tabel allemaal boven de wettelijke ondergrens van circa 5,5 cent. Het verschil tussen leveranciers zit dus vooral in de kosten, niet in de vergoeding.
Peildatum van onderstaande tabel: Energievergelijk, 29 oktober 2025, bijgewerkt 24 februari 2026, voor vaste contracten.
| Leverancier | Bruto vergoeding | Terugleverkosten | Netto per kWh | Netto per jaar bij 2.500 kWh |
|---|---|---|---|---|
| Oxxio | 7,81 ct | 4,51 ct | 3,30 ct | €82,50 |
| Eneco | 7,76 ct | 4,51 ct | 3,25 ct | €81,25 |
| Budget Energie | 7,75 ct | 5,25 ct | 2,50 ct | €62,50 |
| Vattenfall | 6,69 ct | 4,84 ct | 1,85 ct | €46,25 |
| Essent | 7,47 ct | 6,47 ct | 1,00 ct | €25,00 |
| ENGIE | 11,19 ct | 10,55 ct | 0,64 ct | €16,00 |
| Greenchoice | 7,83 ct | 7,58 ct | 0,25 ct | €6,25 |
Andere vergelijkers komen op latere peildata lager uit. Zonneplan noteerde op 10 juni 2026 voor Eneco 1,42 cent netto in plaats van 3,25 cent. Beschouw deze tabel dus als een momentopname en als richting, niet als belofte.
De hoogste terugleververgoeding is niet automatisch het beste aanbod: ENGIE biedt met 11,19 cent bruto de hoogste vergoeding van de tabel, maar houdt na aftrek van kosten 0,64 cent over. Voor een paar leveranciers noteren vergelijkers zelfs een negatieve netto uitkomst, wat in strijd lijkt met het amendement dat dit verbiedt. Vraag bij het afsluiten van een contract dus expliciet naar de netto uitkomst per kilowattuur. Bij dynamische contracten ligt die historisch rond 5 tot 7 cent, maar hij is variabel en kan in zonuren zeer laag uitvallen.
Wat doet het einde van salderen met de terugverdientijd van zonnepanelen?
De terugverdientijd loopt fors op, maar zonnepanelen blijven rendabel. Bij 30 procent eigen verbruik loopt hij op naar ongeveer 14 tot 18 jaar, tegenover een levensduur van circa 25 jaar. De Consumentenbond komt voor aanschaf vanaf 2027 uit op 17,8 jaar, Milieu Centraal met een goedkoper systeem op ongeveer 16 jaar.
De Consumentenbond rekent daarbij met tien panelen, €5.100 inclusief vervanging van de omvormer na twaalf jaar, een stroomprijs van €0,24 en circa 30 procent eigen verbruik. Milieu Centraal rekent met een systeem van €3.800 zonder omvormervervanging. Milieu Centraal noemt zonnepanelen ook zonder saldering een slimme en rendabele aanschaf. Het rendement van acht panelen op het zuiden vergelijkt Milieu Centraal met ongeveer 4 procent rente, en bij oost-westligging met ongeveer 3,5 procent.
Wat u per jaar bespaart, voor en na 2027
Milieu Centraal rekent met panelen van 435 Wp, 30 procent eigen verbruik en een netto opbrengst van 2 cent per teruggeleverde kilowattuur. De cijfers zijn van 29 juni 2026.
| Systeem | Aanschaf | Jaaropbrengst | Besparing in 2026 | Besparing vanaf 2027 |
|---|---|---|---|---|
| 6 panelen | €2.500 | 2.300 kWh | €440 | €160 |
| 8 panelen | €3.200 | 3.000 kWh | €540 | €170 |
| 10 panelen | €3.800 | 3.800 kWh | €720 | €240 |
Milieu Centraal trekt de terugleverkosten al van de besparing af, publiceert zijn stroomprijs niet en rekent geen vervanging van de omvormer mee. Daardoor komt het voor hetzelfde systeem op andere bedragen uit dan onze doorrekening hieronder. Met de cijfers van Milieu Centraal verdient een systeem van acht panelen zich in 2026 in ongeveer zes jaar terug en vanaf 2027 in ongeveer negentien jaar.
Zonnepanelen terugverdientijd per scenario
Onderstaande tabel is onze eigen doorrekening voor acht panelen met 3.000 kWh opwek. Wij rekenen met een systeemprijs van €3.200 plus €800 voor vervanging van de omvormer, samen €4.000. Verder rekenen wij met een stroomprijs van €0,24 per kilowattuur en met €0,13 terugleverkosten per teruggeleverde kilowattuur in 2026. De netto terugleveropbrengst vanaf 2027 stellen wij op 2 cent bij een vast contract en 5 cent bij een dynamisch contract. Degradatie van de panelen is niet meegerekend.
| Scenario | Eigen verbruik | Waarde eigen verbruik | Waarde teruglevering | Voordeel per jaar | Terugverdientijd |
|---|---|---|---|---|---|
| 2026, met saldering | 30%, rest gesaldeerd | €216 | €504 min €273 kosten = €231 | €447 | circa 8,9 jaar |
| 2027, vast contract | 30% | €216 | €42 | €258 | circa 15,5 jaar |
| 2027, vast contract | 50% | €360 | €30 | €390 | circa 10,3 jaar |
| 2027, dynamisch contract | 30% | €216 | €105 | €321 | circa 12,5 jaar |
| 2027, met thuisbatterij | 70% | €504 | €18 | €522 | circa 7,7 jaar |
De eerste rij is het ijkpunt: zo veel leverde hetzelfde systeem onder saldering op. Wie nu koopt, rekent met de rijen daaronder. De terugverdientijd van panelen die u al heeft wordt overigens niet opnieuw op nul gezet; alleen het rendement over de resterende jaren wordt lager.
De laatste regel telt alleen de panelen; de batterij zelf moet zichzelf apart terugverdienen. Wat een accu kost en oplevert, staat in ons artikel over de thuisbatterij: werking, kosten en energielabel en in onze eerdere blog over de terugverdientijd van een thuisbatterij. Wilt u weten wat panelen kosten en opleveren, dan vindt u de volledige cijfers in ons artikel over zonnepanelen in 2026.
De boodschap uit deze tabel is simpel: eigen verbruik is de nieuwe motor. Van 30 naar 50 procent eigen verbruik haalt ruim vijf jaar van de terugverdientijd af, zonder dat u één extra paneel legt.
Wat kunt u nu doen?
U heeft nog tot en met 31 december 2026 de tijd om dit te regelen. Drie dingen leveren het meeste op: verhoog uw eigen verbruik, controleer of u een digitale of slimme meter heeft, en vraag uw leverancier schriftelijk wat de terugleververgoeding en de terugleverkosten per 1 januari 2027 worden. Overweegt u uitbreiding? Dimensioneer dan op uw verbruik.
Verhoog uw eigen verbruik
Zelf verbruikte zonnestroom is volgens Milieu Centraal drie tot vier keer goedkoper dan ingekochte stroom. Vanaf 2027 is dat het hele verdienmodel van uw installatie.
- Wasmachine, droger en vaatwasser overdag laten draaien tilt het eigen verbruik van circa 30 naar circa 35 procent.
- Een warmtepomp met voorraadvat overdag laten werken brengt u op 40 tot 50 procent.
- Een elektrische auto overdag laden brengt u op circa 50 procent.
- Een thuisbatterij brengt u volgens Milieu Centraal op circa 60 procent; leveranciers noemen 70 tot 80 procent.
- Panelen op oost-west in plaats van zuid leveren 3 tot 6 procentpunt meer eigen verbruik op, doordat de opbrengst gelijkmatiger over de dag valt.
Regel dit vóór 1 januari 2027
- Controleer of u aan de voorwaarden voldoet. De eerste is een kleinverbruikersaansluiting van maximaal 3×80 ampère; dat is de gewone huisaansluiting, waar vrijwel elke woning onder valt.
- Controleer of u een digitale of slimme meter heeft die afname en teruglevering apart registreert. Sinds 1 januari 2026 is die verplicht. Ongeveer 500.000 oude meters worden gratis vervangen, met een meewerkplicht die de RDI handhaaft. Wachten tot december kan wachttijd opleveren.
- Meld uw installatie aan via energieleveren.nl als dat nog niet is gebeurd. Dat is wettelijk verplicht.
- Leg de meterstanden van 31 december 2026 vast met een foto. Loopt uw jaarafrekening over de jaarwisseling heen, dan splitsen leveranciers de afrekening op die standen. Met een eigen registratie kunt u dat controleren.
- Vraag uw leverancier wat de terugleververgoeding en de terugleverkosten per 1 januari 2027 worden. Wijzigen de voorwaarden, dan mag u kosteloos opzeggen.
- Terugleververgoeding vergelijken doet u op de netto uitkomst per kilowattuur, niet op de bruto vergoeding.
- Op zonnepanelen voor een woning geldt sinds 2023 0 procent btw. Zonnepanelen btw terugvragen is dus niet meer nodig, en dat verandert per 2027 ook niet.
- Overweegt u uitbreiding? Hoeveel zonnepanelen u nodig heeft, hangt vanaf 2027 vooral af van uw eigen verbruik en veel minder van uw dakoppervlak. Een systeem dat veel groter is dan uw eigen verbruik verdient zichzelf na 2027 nauwelijks nog terug.
Verandert uw energielabel door het einde van de salderingsregeling?
Nee. Het energielabel wordt bepaald met de NTA 8800, en die norm rekent met kilowatturen, niet met euro’s. Alle elektriciteit die uw panelen opwekken wordt van het energiegebruik van de woning afgetrokken. Dat gebeurt of u die stroom nu zelf verbruikt of teruglevert, en los van de vergoeding die u ervoor krijgt.
Uw zonnepanelen opbrengst in kilowatturen verandert namelijk niet door het einde van salderen. Alleen wat die kilowatturen in euro’s opleveren verandert.
Zonnepanelen energielabel: hoe de NTA 8800 uw panelen meerekent
De NTA 8800 beoordeelt het gebouw, niet de bewoner. De berekening gaat uit van een gemiddeld aantal bewoners en het gemiddelde Nederlandse klimaat. Uw werkelijke verbruik, uw contract en uw energierekening spelen er geen rol in.
Onze EP-adviseurs leggen bij de opname vast hoeveel wattpiek er op het dak ligt, oftewel het vermogen van uw panelen bij vol zonlicht. Ook de richting, de hellingshoek en eventuele beschaduwing gaan mee. De software rekent daar een gestandaardiseerde jaaropbrengst uit en trekt die af van het primair fossiel energiegebruik. Dat getal, EP2 genoemd, bepaalt uw labelletter.
Of u nu €0,24, €0,055 of €0,002 per teruggeleverde kilowattuur ontvangt: de EP2-waarde en dus de labelklasse blijven identiek. Het einde van de salderingsregeling raakt uw portemonnee, niet uw label.
Hoeveel labelwinst panelen wél opleveren, hangt af van uw startlabel en van de verhouding tussen het vermogen op het dak en uw woonoppervlak. Tien panelen op een rijtjeshuis van 90 vierkante meter doen iets heel anders dan dezelfde tien panelen op een vrijstaande woning van 180 vierkante meter. Vanaf label G of F is één labelstap meestal haalbaar met acht tot tien panelen. Vanaf E of D leveren tien tot twaalf panelen één tot twee stappen op. Vanaf C of B brengen tien tot veertien panelen u richting A of A+. Meer daarover leest u in onze blog over zonnepanelen en labelstijging, en wat het in uw situatie doet ziet u in onze gratis rekentool op energielabel berekenen.
Wat er sinds 29 mei 2026 wél is veranderd aan het energielabel
Op 29 mei 2026 ging de NTA 8800:2025+C1:2026 in, samen met nieuwe versies van ISSO 82.1 en de BRL 9500. Aanleiding is de Europese richtlijn EPBD IV. Vier wijzigingen zijn hier van belang.
- Elektriciteits- en warmteopslag wordt gewaardeerd, maar alleen als alle gebouwgebonden opslagsystemen op uw perceel samen minimaal 5 kWh zijn, de batterij vast is aangesloten achter de meter en er zonnepanelen aanwezig zijn. Voldoet u daaraan, dan verbetert de energieprestatie met tot ongeveer 2 procent. Dat is doorgaans geen hele labelstap.
- Op het label verschijnt dan de regel “Batterijopslag groter dan of gelijk aan 5 kWh”. Het officiële voorbeeldlabel van RVO zet er letterlijk bij dat alleen batterijen van 5 kWh of groter meetellen voor het energielabel.
- De opname van zonnepanelen op een plat dak is vereenvoudigd, net als de beoordeling van beschaduwing door dakranden.
- Een energielabel is nu ook verplicht bij een grote renovatie, waarbij 25 procent of meer van de woninginhoud wordt aangepakt, bij verlenging of vernieuwing van een huurcontract en voor monumenten. De labelklasse moet bovendien in commerciële advertenties staan.
Labels die vóór 29 mei 2026 zijn geregistreerd blijven gewoon geldig. Wilt u de opslag of nieuwe panelen op uw label terugzien, dan is een nieuwe opname en registratie in EP-Online nodig.
Einde salderingsregeling: waarom uw label bij verkoop juist zwaarder gaat wegen
Zolang saldering bestaat, is de energierekening van een woning met veel panelen kunstmatig laag: de zomeropbrengst dempt de winterrekening. Vanaf 2027 verdwijnt die demping. Wat overblijft is de vraag hoeveel energie de woning zelf vraagt, en hoeveel daarvan zij op het moment van gebruik kan leveren. Dat is precies wat het energielabel meet.
Volgens Brainbay, de data-organisatie van de NVM, brachten woningen met label A begin 2026 gemiddeld €4.400 per vierkante meter op, tegenover €3.750 voor woningen met label G. Dat is een verschil van 17 procent, ofwel ruim €73.000 bij een gemiddelde woning van 113 vierkante meter; Brainbay zelf rondt dat af op ongeveer €74.000. Een deel van dat verschil komt doordat label-A-woningen gemiddeld nieuwer en anders gelegen zijn. De kloof groeit wel: sinds begin 2021 stegen label-A-woningen met ruim 40 procent in waarde, label-G-woningen met ongeveer 27 procent. De cijfers zijn gepubliceerd op 28 januari 2026 en gaan over de markt van 2025.
Wat dit betekent voor verhuurders: WWS-punten en uw energielabel
In het woningwaarderingsstelsel telt het energielabel mee voor +62 WWS-punten bij label A++++ tot min 15 punten bij label G. WWS-punten energielabel en huurprijs hangen dus direct samen. Die 62 punten gelden voor een eengezinswoning; voor een appartement is de bovengrens 58 punten. Voor verhuurders is een actueel label na een verduurzaming vaak de goedkoopste puntenwinst die er is. Zonnepanelen tellen daarbij indirect mee, namelijk via een beter label, niet als aparte rubriek.
Let op: ontvangt u voor de woning een energieprestatievergoeding, dan waardeert het woningwaarderingsstelsel de energieprestatie met een vaste 32 punten voor een eengezinswoning en 28 punten voor een appartement, in plaats van met de labelpunten. Een beter label levert dan geen extra punten op.
Wilt u uw huurpunten berekenen, doe dan de gratis verhuur-check. Hoeveel punten telt uw woning nu, en wat gebeurt er als het label een stap omhoog gaat? Meer over de labelplicht bij verhuur leest u op onze pagina over het energielabel voor een huurwoning. De officiële telling vindt u bij de huurpuntentelling volgens het WWS.
Nog één punt voor verhuurders. Na 2027 betekent “nul op de meter” niet meer automatisch “nul op de rekening”. Daarom wil het kabinet de maximale energieprestatievergoeding per 1 januari 2027 verlagen, met 24,3 tot 54,5 procent. Dat is het vaste bedrag dat een verhuurder van een zeer energiezuinige woning bovenop de kale huur mag vragen. Het voorstel ging op 9 juli 2026 in consultatie en is nog geen geldend recht.
Veelgestelde vragen
Wat is de salderingsregeling?
De salderingsregeling is het jaarlijks wegstrepen van de stroom die u met zonnepanelen teruglevert tegen de stroom die u van het net afneemt, bij dezelfde leverancier en op dezelfde aansluiting. U betaalt alleen over het saldo. Over de weggestreepte kilowatturen betaalt u dus ook geen energiebelasting en geen btw.
Wanneer stopt de salderingsregeling?
Op 1 januari 2027, in één keer. Tot en met 31 december 2026 mag u volledig salderen tegen de stroom die u van het net afneemt. Er is geen afbouwpad en geen overgangsregeling voor bestaande installaties: ook panelen die al tien jaar op uw dak liggen vallen per die datum onder de nieuwe regels.
Is het einde van de salderingsregeling definitief?
Ja. De Wet beëindiging salderingsregeling is op 14 november 2024 door de Tweede Kamer aangenomen en op 17 december 2024 door de Eerste Kamer. Publicatie volgde op 29 januari 2025 in Staatsblad 2025, 17. Een motie om saldering te behouden werd op 12 juni 2026 verworpen.
Hoeveel krijgt u vanaf 2027 voor teruggeleverde stroom?
Een redelijke vergoeding van uw leverancier, die tot 1 januari 2030 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief moet bedragen. Bij een kaal tarief van ongeveer €0,11 komt dat neer op circa €0,055 per kilowattuur bruto. Na aftrek van terugleverkosten blijft bij vaste contracten vaak €0,0025 tot €0,0330 per kilowattuur over.
Wat zijn terugleverkosten?
Kosten die leveranciers rekenen bij klanten met zonnepanelen, omdat zij goedkope zomerstroom moeten wegstrepen tegen duurdere winterstroom en onbalanskosten dragen. In 2026 rekenen leveranciers ongeveer €0,109 tot €0,182 per teruggeleverde kilowattuur. In jaarbedragen komt dat bij 2.400 kWh teruglevering neer op circa €216 tot €437, omdat sommige leveranciers met staffels rekenen.
Zijn zonnepanelen nog rendabel na 2027?
Ja, maar met een langere adem. Milieu Centraal noemt zonnepanelen ook zonder saldering rendabel en vergelijkt acht panelen op het zuiden met ongeveer 4 procent rente. Bij 30 procent eigen verbruik loopt de terugverdientijd op naar 14 tot 18 jaar. Bij 50 procent eigen verbruik zakt dat naar ruwweg 10 tot 13 jaar. De panelen gaan circa 25 jaar mee.
Verandert uw energielabel door het einde van salderen?
Nee. Het energielabel volgt uit de NTA 8800, die rekent met opgewekte kilowatturen en met gestandaardiseerd gebruik. Alle zelf opgewekte elektriciteit wordt van het energiegebruik afgetrokken. Dat gebeurt of u die stroom nu zelf verbruikt of teruglevert, en los van de vergoeding die u ervoor ontvangt.
Telt een thuisbatterij mee voor het energielabel?
Ja, sinds 29 mei 2026, maar alleen als alle gebouwgebonden opslagsystemen op uw perceel samen minimaal 5 kWh zijn, de batterij vast is aangesloten achter de meter en er zonnepanelen aanwezig zijn. Het effect op de energieprestatie is klein: tot ongeveer 2 procent. De opslag komt pas op uw label na een nieuwe opname en registratie in EP-Online.
Wat moet u regelen vóór 1 januari 2027?
Zorg voor een digitale of slimme meter, meld uw installatie aan via energieleveren.nl, leg de meterstanden van 31 december 2026 vast en vraag uw leverancier naar de netto terugleververgoeding vanaf 2027. Wijzigen de voorwaarden, dan kunt u een langlopend contract kosteloos opzeggen.
Wat onze EP-adviseurs voor u doen
Het einde van de salderingsregeling verandert wat uw zonnestroom oplevert, niet wat uw woning op papier waard is. Juist daarom wordt een actueel energielabel belangrijker. Bij verkoop, bij verhuur en bij een verlenging van een huurcontract is het label het enige officiële bewijs van de energieprestatie van uw woning.
Wilt u eerst een gevoel bij de cijfers? Met onze gratis rekentool op energielabel berekenen ziet u binnen enkele minuten waar uw woning ongeveer uitkomt, inclusief het effect van uw zonnepanelen. Wilt u weten welke maatregel de meeste labelwinst geeft, kijk dan op onze pagina over het energielabel verbeteren.
Voor het officiële label komen de EP-adviseurs van Labelcert bij u langs. Wij nemen de woning op volgens ISSO 82.1, rekenen alles door volgens de NTA 8800 en registreren het energielabel in EP-Online. U heeft het doorgaans binnen 2 tot 5 werkdagen, het label is 10 jaar geldig, en een energielabel voor een woning kost bij Labelcert vanaf €180 inclusief btw. Heeft u onlangs zonnepanelen of een thuisbatterij laten plaatsen, dan legt een nieuwe opname die winst vast. Direct aanvragen kan op elk moment.
Bronnen: Rijksoverheid, “Salderingsregeling stopt in 2027”; Staatsblad 2025, 17 (29 januari 2025); Eerste Kamer, dossiers 36.611 en 35.594; ACM, onderzoek terugleverkosten (17 december 2025) en ACM ConsuWijzer; Belastingdienst, energiebelastingtarieven 2026; Consumentenbond, terugverdientijd zonnepanelen (30 januari 2026); Milieu Centraal, salderen en kosten en opbrengst zonnepanelen (juni 2026) en meer zonnestroom zelf verbruiken (augustus 2026); Energievergelijk (17 december 2025 en 24 februari 2026); Zonneplan, terugleververgoeding vanaf 2027 (18 juni 2026) en aantal woningen met zonnepanelen op basis van CBS-cijfers over 2025; Netbeheer Nederland (14 januari 2026); RVO, energielabel woningen (6 juli 2026) en het voorbeeld-energielabel voor woningen (29 mei 2026); Stelsel Energieprestatie Gebouwen, wijzigingen NTA 8800 per 2026; Brainbay (NVM), woningwaarde per energielabel (28 januari 2026); Huurcommissie, beleidsboek waarderingsstelsel zelfstandige woonruimte; Volkshuisvesting Nederland, consultatie energieprestatievergoeding (9 juli 2026).



