Energielabel jaren 80 woning: de vloer haalt de rest in
In dit decennium liggen twee breuklijnen dicht op elkaar: bij 1983 haalt de forfaitaire vloerwaarde de gevel en het dak in, en bij 1988 gaat de hele schil opnieuw omhoog. Drie cohorten in tien jaar tijd.
Eenvoudig en zonder gedoe: een adviseur komt bij u langs, wij regelen de registratie en u betaalt pas achteraf.
Wat het bouwjaar doet met het label van een jaren-80-woning
De jaren tachtig zijn het decennium waarin isolatie van uitzondering naar uitgangspunt ging. In de forfaitaire tabel is dat af te lezen aan twee opeenvolgende stappen: eerst trekt de vloer bij, en een paar jaar later gaan gevel en dak samen omhoog. Een woning uit 1981 en een woning uit 1989 zitten daardoor in verschillende rekenblokken.
Dat maakt deze periode lastig te generaliseren en juist daarom interessant om uit te rekenen. De tabel hieronder splitst het decennium in de drie cohorten die de tabellen zelf aanhouden, in plaats van er één gemiddelde van te maken.
Het berekende uitgangslabel van een jaren-80-woning
Per bouwjaarcohort binnen deze periode: de forfaitaire isolatiewaarden uit ISSO 82.1, en het label waarop de berekening uitkomt voor elk van de vijf woningtypen. Het verschil tussen de woningtypen komt volledig voort uit de hoeveelheid geveloppervlak die aan de buitenlucht grenst.
Waarvan wij uitgaan in deze berekening
- Isolatie op het gemiddelde niveau van de Nederlandse woningvoorraad
- Dubbel glas in de leefruimtes
- Een werkende HR-ketel als verwarming
- Geen zonnepanelen
Dit is een berekening en geen officieel label. Wijkt uw woning van deze aannames af, bijvoorbeeld doordat de spouw al is gevuld of doordat er nog enkel glas in zit, dan valt de uitkomst anders uit. Het officiële label volgt uitsluitend uit een opname op locatie door een gecertificeerde EP-adviseur, die het vervolgens registreert in EP-Online.
1980 tot en met 1982
Nog het naoorlogse regime van na de oliecrisis: gevel en dak geïsoleerd, de vloer duidelijk achter.
1983 tot en met 1987
De vloer trekt bij tot hetzelfde niveau als gevel en dak. De EP2-basiswaarde verandert hier nog niet, dus het effect zit volledig in de schilverdeling.
1988 en 1989
De tweede stap: gevel en dak gaan samen omhoog en de EP2-basiswaarde daalt. Woningen uit deze twee jaargangen scoren merkbaar beter dan de rest van het decennium.
De bouwkundige kenmerken van deze periode
Waar de forfaitaire waarden hierboven vandaan komen, en wat u er in de praktijk aan aantreft. Deze duiding is nadrukkelijk kwalitatief: uw eigen woning kan hiervan afwijken, en juist dat stellen onze adviseurs tijdens de opname vast.
Spouwisolatie aanwezig maar dun
Vanaf dit decennium is een gevulde spouw de norm. De laag is naar huidige maatstaven dun, en vanaf 1988 gaat de forfaitaire gevelwaarde nog een stap omhoog. Bijvullen levert daarom minder op dan bij oudere woningen; de winst verschuift naar andere bouwdelen.
De vloer als breuklijn in 1983
Dit is het bouwdeel dat dit decennium definieert. Tot en met 1982 blijft de forfaitaire vloerwaarde ver achter bij gevel en dak; vanaf 1983 zit hij op hetzelfde niveau. Voor woningen uit de eerste jaren is vloerisolatie daarom nog altijd de opvallendste kans.
Dak met standaardisolatie
Het dak is in deze periode standaard geïsoleerd, en vanaf 1988 op een merkbaar hoger niveau. Nadikken kan nog steeds, maar de opbrengst per centimeter is lager dan bij een woning uit de jaren zeventig.
Dubbel glas zonder coating
Standaard dubbel glas is in deze woningen de regel, maar HR++ was nog niet in beeld. De stap van gewoon dubbel naar HR++ is daarmee de meest voor de hand liggende glasmaatregel, en die staat in de tabel hieronder met zijn berekende effect.
Mechanische ventilatie zonder terugwinning
Afzuiging in keuken en badkamer werd in dit decennium standaard, maar zonder warmteterugwinning. De afgevoerde warme lucht is verloren. Dit weegt in de NTA 8800-berekening zichtbaar mee.
Systeembouw en prefab-elementen
Er werd in deze periode veel gebouwd met prefab-elementen. Dat maakt woningen onderling erg gelijk, maar naden en aansluitingen zijn een aandachtspunt. Een luchtdichtheidsmeting laat zien of daar warmte weglekt.
Welke maatregel levert hier de meeste labelwinst op?
Gerekend voor een tussenwoning uit 1983 tot en met 1987, die vanuit de aannames hierboven op C uitkomt bij 230 kWh per m² per jaar. Per maatregel trekken wij het indicatieve EP2-effect van die waarde af en halen wij de uitkomst opnieuw door de klassegrenzen. De volgorde is dus op labelwinst, niet op kosten.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| HR-ketel vervangen door een volledige warmtepomp De grootste enkele installatiestap, mits de schil dat aankan. | -80 | A | 2 labelstappen |
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | B | 1 labelstap |
| HR-ketel uitbreiden met een hybride warmtepomp De bestaande HR-ketel blijft hangen als bijverwarming. De grootste stap zonder de woning te verbouwen. | -50 | B | 1 labelstap |
| Een beperkte set zonnepanelen Eigen opwek wordt van de EP2-waarde afgetrokken en telt daardoor direct mee in het label. | -30 | C | geen labelstap |
| Isolatie van gemiddeld naar goed niveau Vloerisolatie en extra dakisolatie tillen een gemiddeld geïsoleerde woning naar een goed geïsoleerde schil. | -20 | C | geen labelstap |
| Dubbel glas vervangen door triple glas Grotere stap dan HR++, maar vraagt vaak ook nieuwe kozijnen. | -20 | C | geen labelstap |
| Dubbel glas vervangen door HR++-glas De gangbare glasstap in woningen uit de jaren tachtig en negentig. | -15 | C | geen labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: HR-ketel vervangen door een volledige warmtepomp. Dat zijn 2 labelstappen, van label C naar label A, doordat de EP2-waarde van 230 naar 150 kWh per m² per jaar zakt. Klasse C is 60 kWh per m² per jaar breed. Dat verklaart waarom 4 van de 7 doorgerekende maatregelen op zichzelf binnen C blijven: de stap is reëel, maar net niet groot genoeg om de klassegrens te passeren.
Andere startsituatie: verouderde cv-ketel in plaats van een moderne HR-ketel
Bij een woning uit de jaren tachtig met een ketel van rond de twintig jaar oud is de installatie het onderdeel dat het verst achterloopt op de rest. De maatregeltabel valt vanuit dit vertrekpunt anders uit. Het vertrekpunt verschuift daarmee naar D bij 260 kWh per m² per jaar.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| Verouderde cv-ketel vervangen door een volledige warmtepomp All-electric verwarmen. Vraagt een goed geïsoleerde schil, richtwaarde Rc 2,5 of hoger. | -105 | A | 3 labelstappen |
| Verouderde cv-ketel vervangen door een hybride warmtepomp De warmtepomp neemt het grootste deel van de warmtevraag over, de ketel springt bij op de koudste dagen. | -80 | B | 2 labelstappen |
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | C | 1 labelstap |
| Verouderde cv-ketel vervangen door een HR-ketel Een HR-107-ketel haalt een duidelijk hoger opwekrendement dan een ketel van twintig jaar oud. | -30 | C | 1 labelstap |
| Isolatie van gemiddeld naar goed niveau Vloerisolatie en extra dakisolatie tillen een gemiddeld geïsoleerde woning naar een goed geïsoleerde schil. | -20 | C | 1 labelstap |
| Dubbel glas vervangen door HR++-glas De gangbare glasstap in woningen uit de jaren tachtig en negentig. | -15 | C | 1 labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: Verouderde cv-ketel vervangen door een volledige warmtepomp. Dat zijn 3 labelstappen, van label D naar label A, doordat de EP2-waarde van 260 naar 155 kWh per m² per jaar zakt.
Deze tabellen laten zien welke richting kansrijk is, niet wat er in uw woning zit. Welke maatregel bij u werkelijk het meeste toevoegt, hangt af van wat er al is gedaan en van wat u kunt aantonen. Onze adviseurs lopen dat tijdens de opname met u door.
Van dit uitgangspunt naar een hoger label
Wilt u weten wat een concrete labelsprong vraagt, dan staat dat per sprong uitgewerkt: welke maatregelen die stap halen, in welke volgorde, en waarom er daarna een nieuwe opname nodig is.
Energielabel jaren 80 in vraag en antwoord
De grenswaarden per labelklasse staan compleet in de grenswaardentabel, met per klasse de energiewaarde en het bijbehorende technische profiel.
Bekijk de grenswaarden Bekijk alle veelgestelde vragenWelk energielabel heeft een jaren 80 woning?
Waarom is 1983 een grens?
Heeft een flat uit de jaren 80 een beter label dan een eengezinswoning?
Is spouwmuurisolatie in een jaren 80 woning nog zinvol?
Verder lezen over deze bouwperiode
- Energielabel flat jaren 80: welk label is haalbaar?
- Terugverdientijd van vloerisolatie
- Waarom isolatie warmte blijft vasthouden
Naastgelegen bouwperioden
Twijfelt u over het exacte bouwjaar van uw woning, dan zijn dit de perioden die er direct aan grenzen. De verschillen tussen twee opeenvolgende perioden zijn regelmatig groter dan verwacht.
Van berekening naar een officieel label
De uitkomsten op deze pagina zijn een berekening op basis van uw bouwperiode. Uw officiële label volgt uit een opname op locatie: onze gecertificeerde EP-adviseurs leggen vast wat er werkelijk in uw woning zit, en registreren het label meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname in EP-Online.
Vraag uw label aan
Door gecertificeerde EP-adviseurs (BRL 9500). Registratie in EP-Online, meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname.
Direct aanvragenUw officiële energielabel, snel geregeld
Vanaf €180 · Direct geregistreerd in EP-Online · 10 jaar geldig