Energielabel jaren 30 woning: welk label is realistisch?
Een woning uit de jaren dertig start in de labelberekening op de laagste forfaitaire isolatiewaarden van de hele tabel. Dat verklaart waarom deze woningen zo vaak op E, F of G uitkomen, en waar de winst dan wel zit.
Eenvoudig en zonder gedoe: een adviseur komt bij u langs, wij regelen de registratie en u betaalt pas achteraf.
Wat het bouwjaar doet met het label van een jaren-30-woning
Een EP-adviseur die geen bouwkundig bewijs aantreft, rekent met de forfaitaire waarden uit ISSO 82.1. Voor een woning van voor 1965 zijn dat de laagste waarden die de tabel kent. De schil telt in de berekening dus mee alsof er niets is geïsoleerd, ook wanneer de woning er van buiten uitstekend bij staat.
Dat is meteen de belangrijkste boodschap voor eigenaren van een vooroorlogse woning: aantoonbare isolatie loont dubbel. Zij verlaagt het werkelijke verbruik, en zij haalt de berekening weg bij de forfaitaire ondergrens. Bewijsstukken van een eerdere na-isolatie zijn daarom goud waard bij de opname.
Het berekende uitgangslabel van een jaren-30-woning
Per bouwjaarcohort binnen deze periode: de forfaitaire isolatiewaarden uit ISSO 82.1, en het label waarop de berekening uitkomt voor elk van de vijf woningtypen. Het verschil tussen de woningtypen komt volledig voort uit de hoeveelheid geveloppervlak die aan de buitenlucht grenst.
Waarvan wij uitgaan in deze berekening
- Isolatie op het gemiddelde niveau van de Nederlandse woningvoorraad
- Dubbel glas in de leefruimtes
- Een werkende HR-ketel als verwarming
- Geen zonnepanelen
Dit is een berekening en geen officieel label. Wijkt uw woning van deze aannames af, bijvoorbeeld doordat de spouw al is gevuld of doordat er nog enkel glas in zit, dan valt de uitkomst anders uit. Het officiële label volgt uitsluitend uit een opname op locatie door een gecertificeerde EP-adviseur, die het vervolgens registreert in EP-Online.
Tot en met 1945
Eén forfaitair blok voor de hele vooroorlogse voorraad. De jaren-30-woning is hiervan het meest voorkomende type, maar dezelfde waarden gelden voor een woning uit 1910 of 1925.
De bouwkundige kenmerken van deze periode
Waar de forfaitaire waarden hierboven vandaan komen, en wat u er in de praktijk aan aantreft. Deze duiding is nadrukkelijk kwalitatief: uw eigen woning kan hiervan afwijken, en juist dat stellen onze adviseurs tijdens de opname vast.
Gevel zonder werkende spouw
De forfaitaire gevelwaarde van deze periode is de laagste van de hele tabel. In de praktijk hoort daar een massieve muur of een zeer smalle, niet na te isoleren spouw bij. Na-isolatie gaat hier meestal via een voorzetwand aan de binnenzijde.
Houten vloer boven een kruipruimte
De forfaitaire vloerwaarde is nog lager dan die van de gevel. Een toegankelijke kruipruimte maakt vloerisolatie hier vaak de eenvoudigste en snelste ingreep van allemaal.
Oorspronkelijke kozijnen met enkel glas
Waar de originele kozijnen nog zitten, zit er vaak nog enkel glas in, zeker in de voorgevel en op de verdieping. Achterzetbeglazing of monumentenglas is dan het alternatief als vervangen niet mag of niet past.
Onbeschoten of licht beschoten kap
De forfaitaire dakwaarde ligt in deze periode nauwelijks boven die van de gevel. Dakisolatie is daarmee bijna altijd de maatregel met de grootste absolute winst aan de schil.
Verwarming later ingebouwd
Centrale verwarming is in deze woningen vrijwel altijd later aangelegd. De leidingen lopen daardoor vaak door onverwarmde ruimtes, wat in de berekening als extra verlies meetelt.
Vaak een beschermd stads- of dorpsgezicht
Ligt de woning in een beschermd gezicht of is zij een monument, dan is niet elke maatregel toegestaan aan de buitenzijde. De winst verschuift dan naar dak, vloer en binnenzijde.
Welke maatregel levert hier de meeste labelwinst op?
Gerekend voor een tussenwoning uit tot en met 1945, die vanuit de aannames hierboven op E uitkomt bij 330 kWh per m² per jaar. Per maatregel trekken wij het indicatieve EP2-effect van die waarde af en halen wij de uitkomst opnieuw door de klassegrenzen. De volgorde is dus op labelwinst, niet op kosten.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | D | 1 labelstap |
| HR-ketel uitbreiden met een hybride warmtepomp De bestaande HR-ketel blijft hangen als bijverwarming. De grootste stap zonder de woning te verbouwen. | -50 | D | 1 labelstap |
| Een beperkte set zonnepanelen Eigen opwek wordt van de EP2-waarde afgetrokken en telt daardoor direct mee in het label. | -30 | E | geen labelstap |
| Isolatie van gemiddeld naar goed niveau Vloerisolatie en extra dakisolatie tillen een gemiddeld geïsoleerde woning naar een goed geïsoleerde schil. | -20 | E | geen labelstap |
| Dubbel glas vervangen door triple glas Grotere stap dan HR++, maar vraagt vaak ook nieuwe kozijnen. | -20 | E | geen labelstap |
| Dubbel glas vervangen door HR++-glas De gangbare glasstap in woningen uit de jaren tachtig en negentig. | -15 | E | geen labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: Een ruime set zonnepanelen. Dat is één labelstap, van label E naar label D, doordat de EP2-waarde van 330 naar 275 kWh per m² per jaar zakt. Klasse E is 45 kWh per m² per jaar breed. Dat verklaart waarom 4 van de 6 doorgerekende maatregelen op zichzelf binnen E blijven: de stap is reëel, maar net niet groot genoeg om de klassegrens te passeren.
Andere startsituatie: nog enkel glas en een matig geïsoleerde schil
Veel vooroorlogse woningen zijn nooit ingrijpend aangepakt. Zetten wij de isolatie op matig en de beglazing op enkel, dan schuift het uitgangspunt naar beneden en veranderen de maatregelen die het meeste opleveren volledig van volgorde. Het vertrekpunt verschuift daarmee naar G bij 390 kWh per m² per jaar.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | E | 2 labelstappen |
| Volledig isolatiepakket, van matig naar goed Spouw, dak en vloer in één project. Dit is de grootste enkele ingreep aan de schil. | -50 | F | 1 labelstap |
| HR-ketel uitbreiden met een hybride warmtepomp De bestaande HR-ketel blijft hangen als bijverwarming. De grootste stap zonder de woning te verbouwen. | -50 | F | 1 labelstap |
| Enkel glas vervangen door triple glas Drievoudige beglazing. Alleen zinvol als de rest van de schil ook wordt aangepakt. | -45 | F | 1 labelstap |
| Enkel glas vervangen door HR++-glas HR++-glas heeft een coating en gasvulling en isoleert duidelijk beter dan gewoon dubbelglas. | -40 | F | 1 labelstap |
| Isolatie van matig naar gemiddeld niveau Spouwmuurisolatie plus dakisolatie brengt een matig geïsoleerde woning op het gemiddelde niveau van de Nederlandse woningvoorraad. | -30 | F | 1 labelstap |
| Enkel glas vervangen door dubbel glas De eerste en meestal goedkoopste glasstap in een woning met nog enkel glas in de kozijnen. | -30 | F | 1 labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: Een ruime set zonnepanelen. Dat zijn 2 labelstappen, van label G naar label E, doordat de EP2-waarde van 390 naar 335 kWh per m² per jaar zakt.
Deze tabellen laten zien welke richting kansrijk is, niet wat er in uw woning zit. Welke maatregel bij u werkelijk het meeste toevoegt, hangt af van wat er al is gedaan en van wat u kunt aantonen. Onze adviseurs lopen dat tijdens de opname met u door.
Van dit uitgangspunt naar een hoger label
Wilt u weten wat een concrete labelsprong vraagt, dan staat dat per sprong uitgewerkt: welke maatregelen die stap halen, in welke volgorde, en waarom er daarna een nieuwe opname nodig is.
Energielabel jaren 30 in vraag en antwoord
De grenswaarden per labelklasse staan compleet in de grenswaardentabel, met per klasse de energiewaarde en het bijbehorende technische profiel.
Bekijk de grenswaarden Bekijk alle veelgestelde vragenWelk energielabel heeft een jaren 30 woning meestal?
Waarom scoort mijn jaren 30 woning zo laag, terwijl hij goed onderhouden is?
Wat levert het meeste op in een vooroorlogse woning?
Telt na-isolatie mee als ik geen papieren meer heb?
Verder lezen over deze bouwperiode
- Wat dakisolatie doet met uw energielabel
- De isolatiewaarde van een oude houten vloer
- Vloerisolatie via de kruipruimte
Naastgelegen bouwperioden
Twijfelt u over het exacte bouwjaar van uw woning, dan zijn dit de perioden die er direct aan grenzen. De verschillen tussen twee opeenvolgende perioden zijn regelmatig groter dan verwacht.
Van berekening naar een officieel label
De uitkomsten op deze pagina zijn een berekening op basis van uw bouwperiode. Uw officiële label volgt uit een opname op locatie: onze gecertificeerde EP-adviseurs leggen vast wat er werkelijk in uw woning zit, en registreren het label meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname in EP-Online.
Vraag uw label aan
Door gecertificeerde EP-adviseurs (BRL 9500). Registratie in EP-Online, meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname.
Direct aanvragenUw officiële energielabel, snel geregeld
Vanaf €180 · Direct geregistreerd in EP-Online · 10 jaar geldig