Energielabel jaren 50 woning: het label van de wederopbouw
Woningen uit de wederopbouwperiode vallen forfaitair nog in hetzelfde isolatieblok als de vooroorlogse voorraad, maar starten in de EP2-tabel wel iets gunstiger. Dat kleine verschil bepaalt vaker dan u denkt de letter.
Eenvoudig en zonder gedoe: een adviseur komt bij u langs, wij regelen de registratie en u betaalt pas achteraf.
Wat het bouwjaar doet met het label van een jaren-50-woning
De wederopbouw stond in het teken van snelheid en aantallen. Isolatie was geen ontwerpthema, dus de forfaitaire waarden voor dak, gevel en vloer blijven in deze periode gelijk aan die van de vooroorlogse woning. In de EP2-tabel gaat de basiswaarde wel omlaag, omdat de constructie compacter en regelmatiger is.
Praktisch betekent dat: een jaren-50-woning zit in de berekening vaak net aan de andere kant van een klassegrens dan een jaren-30-woning van hetzelfde type. Eén maatregel maakt daardoor in deze periode regelmatig het verschil tussen twee letters.
Het berekende uitgangslabel van een jaren-50-woning
Per bouwjaarcohort binnen deze periode: de forfaitaire isolatiewaarden uit ISSO 82.1, en het label waarop de berekening uitkomt voor elk van de vijf woningtypen. Het verschil tussen de woningtypen komt volledig voort uit de hoeveelheid geveloppervlak die aan de buitenlucht grenst.
Waarvan wij uitgaan in deze berekening
- Isolatie op het gemiddelde niveau van de Nederlandse woningvoorraad
- Dubbel glas in de leefruimtes
- Een werkende HR-ketel als verwarming
- Geen zonnepanelen
Dit is een berekening en geen officieel label. Wijkt uw woning van deze aannames af, bijvoorbeeld doordat de spouw al is gevuld of doordat er nog enkel glas in zit, dan valt de uitkomst anders uit. Het officiële label volgt uitsluitend uit een opname op locatie door een gecertificeerde EP-adviseur, die het vervolgens registreert in EP-Online.
1946 tot en met 1959
De EP2-tabel maakt in 1946 een sprong omlaag, de Rc-tabel nog niet: die blijft tot en met 1964 op dezelfde waarden staan. Deze periode start dus met een betere EP2-basis maar met dezelfde forfaitaire schil als de vooroorlogse woning.
De bouwkundige kenmerken van deze periode
Waar de forfaitaire waarden hierboven vandaan komen, en wat u er in de praktijk aan aantreft. Deze duiding is nadrukkelijk kwalitatief: uw eigen woning kan hiervan afwijken, en juist dat stellen onze adviseurs tijdens de opname vast.
Smalle of ontbrekende spouw
Forfaitair valt deze periode nog in hetzelfde gevelblok als de vooroorlogse woning. Waar wel een spouw aanwezig is, is die vaak te smal om betrouwbaar na te isoleren. Een spouwonderzoek vooraf voorkomt hier een teleurstelling.
Betonnen of houten begane grondvloer
De forfaitaire vloerwaarde is de laagste van de drie bouwdelen. Bij een toegankelijke kruipruimte is vloerisolatie daardoor vrijwel altijd de eerste stap met een gunstige verhouding tussen moeite en resultaat.
Stalen of houten kozijnen
Stalen kozijnen uit deze periode zijn een koudebrug op zichzelf. Alleen het glas vervangen levert dan minder op dan de rekensom belooft; kozijn en glas samen aanpakken is hier meestal de eerlijkere vergelijking.
Kap zonder isolatielaag
De forfaitaire dakwaarde ligt nog vlak boven die van de gevel. Isolatie in of op de kap is daarmee de maatregel met de grootste absolute winst aan de schil.
Installatie meerdere keren vervangen
Vrijwel geen enkele woning uit deze periode heeft nog de oorspronkelijke verwarming. De vraag is dus niet of de ketel is vervangen, maar wanneer. Een ketel van twintig jaar oud telt in de berekening merkbaar zwaarder dan een recente HR-ketel.
Vaak gerenoveerd in een blok
Veel wederopbouwwijken zijn blokgewijs aangepakt door een corporatie. Documentatie van die renovatie is bruikbaar bewijs bij de opname en haalt de berekening weg bij de forfaitaire ondergrens.
Welke maatregel levert hier de meeste labelwinst op?
Gerekend voor een tussenwoning uit 1946 tot en met 1959, die vanuit de aannames hierboven op E uitkomt bij 310 kWh per m² per jaar. Per maatregel trekken wij het indicatieve EP2-effect van die waarde af en halen wij de uitkomst opnieuw door de klassegrenzen. De volgorde is dus op labelwinst, niet op kosten.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | D | 1 labelstap |
| HR-ketel uitbreiden met een hybride warmtepomp De bestaande HR-ketel blijft hangen als bijverwarming. De grootste stap zonder de woning te verbouwen. | -50 | D | 1 labelstap |
| Een beperkte set zonnepanelen Eigen opwek wordt van de EP2-waarde afgetrokken en telt daardoor direct mee in het label. | -30 | D | 1 labelstap |
| Isolatie van gemiddeld naar goed niveau Vloerisolatie en extra dakisolatie tillen een gemiddeld geïsoleerde woning naar een goed geïsoleerde schil. | -20 | D | 1 labelstap |
| Dubbel glas vervangen door triple glas Grotere stap dan HR++, maar vraagt vaak ook nieuwe kozijnen. | -20 | D | 1 labelstap |
| Dubbel glas vervangen door HR++-glas De gangbare glasstap in woningen uit de jaren tachtig en negentig. | -15 | E | geen labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: Een ruime set zonnepanelen. Dat is één labelstap, van label E naar label D, doordat de EP2-waarde van 310 naar 255 kWh per m² per jaar zakt. Klasse E is 45 kWh per m² per jaar breed. Dat verklaart waarom één van de 6 doorgerekende maatregelen op zichzelf binnen E blijft: de stap is reëel, maar net niet groot genoeg om de klassegrens te passeren.
Andere startsituatie: nog enkel glas en een matig geïsoleerde schil
Is de woning nooit ingrijpend gerenoveerd, dan is dit het realistischere vertrekpunt. De volgorde van de maatregelen verandert daardoor, en het aantal haalbare labelstappen wordt juist groter. Het vertrekpunt verschuift daarmee naar F bij 370 kWh per m² per jaar.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | E | 1 labelstap |
| Volledig isolatiepakket, van matig naar goed Spouw, dak en vloer in één project. Dit is de grootste enkele ingreep aan de schil. | -50 | E | 1 labelstap |
| HR-ketel uitbreiden met een hybride warmtepomp De bestaande HR-ketel blijft hangen als bijverwarming. De grootste stap zonder de woning te verbouwen. | -50 | E | 1 labelstap |
| Enkel glas vervangen door triple glas Drievoudige beglazing. Alleen zinvol als de rest van de schil ook wordt aangepakt. | -45 | E | 1 labelstap |
| Enkel glas vervangen door HR++-glas HR++-glas heeft een coating en gasvulling en isoleert duidelijk beter dan gewoon dubbelglas. | -40 | E | 1 labelstap |
| Isolatie van matig naar gemiddeld niveau Spouwmuurisolatie plus dakisolatie brengt een matig geïsoleerde woning op het gemiddelde niveau van de Nederlandse woningvoorraad. | -30 | F | geen labelstap |
| Enkel glas vervangen door dubbel glas De eerste en meestal goedkoopste glasstap in een woning met nog enkel glas in de kozijnen. | -30 | F | geen labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: Een ruime set zonnepanelen. Dat is één labelstap, van label F naar label E, doordat de EP2-waarde van 370 naar 315 kWh per m² per jaar zakt. Klasse F is 45 kWh per m² per jaar breed. Dat verklaart waarom 2 van de 7 doorgerekende maatregelen op zichzelf binnen F blijven: de stap is reëel, maar net niet groot genoeg om de klassegrens te passeren.
Deze tabellen laten zien welke richting kansrijk is, niet wat er in uw woning zit. Welke maatregel bij u werkelijk het meeste toevoegt, hangt af van wat er al is gedaan en van wat u kunt aantonen. Onze adviseurs lopen dat tijdens de opname met u door.
Van dit uitgangspunt naar een hoger label
Wilt u weten wat een concrete labelsprong vraagt, dan staat dat per sprong uitgewerkt: welke maatregelen die stap halen, in welke volgorde, en waarom er daarna een nieuwe opname nodig is.
Energielabel jaren 50 in vraag en antwoord
De grenswaarden per labelklasse staan compleet in de grenswaardentabel, met per klasse de energiewaarde en het bijbehorende technische profiel.
Bekijk de grenswaarden Bekijk alle veelgestelde vragenWelk energielabel heeft een jaren 50 woning?
Kan een jaren 50 woning spouwmuurisolatie krijgen?
Waarom scoort een jaren 50 woning beter dan een jaren 30 woning?
Is het label van mijn buren ook mijn label?
Verder lezen over deze bouwperiode
- Vloerisolatie via de kruipruimte
- De terugverdientijd van gevelisolatie
- Wat dakisolatie doet met uw energielabel
Naastgelegen bouwperioden
Twijfelt u over het exacte bouwjaar van uw woning, dan zijn dit de perioden die er direct aan grenzen. De verschillen tussen twee opeenvolgende perioden zijn regelmatig groter dan verwacht.
Van berekening naar een officieel label
De uitkomsten op deze pagina zijn een berekening op basis van uw bouwperiode. Uw officiële label volgt uit een opname op locatie: onze gecertificeerde EP-adviseurs leggen vast wat er werkelijk in uw woning zit, en registreren het label meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname in EP-Online.
Vraag uw label aan
Door gecertificeerde EP-adviseurs (BRL 9500). Registratie in EP-Online, meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname.
Direct aanvragenUw officiële energielabel, snel geregeld
Vanaf €180 · Direct geregistreerd in EP-Online · 10 jaar geldig