Energielabel jaren 60 woning: de spouw maakt het verschil
In 1965 springt de forfaitaire gevelwaarde omhoog. Precies midden in dit decennium ligt daarmee een breuklijn: een woning uit 1963 en een woning uit 1967 starten in de berekening niet gelijk.
Eenvoudig en zonder gedoe: een adviseur komt bij u langs, wij regelen de registratie en u betaalt pas achteraf.
Wat het bouwjaar doet met het label van een jaren-60-woning
De jaren zestig zijn de periode waarin de spouwmuur de standaard werd. Dat is geen anekdote maar staat gewoon in de rekentabellen: bij bouwjaar 1965 gaat de forfaitaire gevelwaarde omhoog, en de forfaitaire dakwaarde maakt een nog grotere sprong. Voor uw label betekent dat: uw exacte bouwjaar telt.
Een ongeïsoleerde spouw is bovendien de gunstigste uitgangspositie die er bestaat voor na-isolatie. De spouw is er al, hij hoeft alleen gevuld te worden. Dat is de reden dat woningen uit de tweede helft van dit decennium bekend staan als de dankbaarste woningen van de hele voorraad.
Het berekende uitgangslabel van een jaren-60-woning
Per bouwjaarcohort binnen deze periode: de forfaitaire isolatiewaarden uit ISSO 82.1, en het label waarop de berekening uitkomt voor elk van de vijf woningtypen. Het verschil tussen de woningtypen komt volledig voort uit de hoeveelheid geveloppervlak die aan de buitenlucht grenst.
Waarvan wij uitgaan in deze berekening
- Isolatie op het gemiddelde niveau van de Nederlandse woningvoorraad
- Dubbel glas in de leefruimtes
- Een werkende HR-ketel als verwarming
- Geen zonnepanelen
Dit is een berekening en geen officieel label. Wijkt uw woning van deze aannames af, bijvoorbeeld doordat de spouw al is gevuld of doordat er nog enkel glas in zit, dan valt de uitkomst anders uit. Het officiële label volgt uitsluitend uit een opname op locatie door een gecertificeerde EP-adviseur, die het vervolgens registreert in EP-Online.
1960 tot en met 1964
Nog het oude blok: dezelfde forfaitaire waarden als de vooroorlogse woning en dezelfde EP2-basis als de wederopbouwperiode.
1965 tot en met 1969
De breuklijn. Zowel de EP2-basiswaarde als de forfaitaire gevel- en dakwaarde verandert bij bouwjaar 1965. Twee ogenschijnlijk identieke woningen in dezelfde straat kunnen daardoor op een andere letter uitkomen.
De bouwkundige kenmerken van deze periode
Waar de forfaitaire waarden hierboven vandaan komen, en wat u er in de praktijk aan aantreft. Deze duiding is nadrukkelijk kwalitatief: uw eigen woning kan hiervan afwijken, en juist dat stellen onze adviseurs tijdens de opname vast.
Ongeïsoleerde spouw van vijf tot zeven centimeter
Vanaf 1965 wijst de forfaitaire gevelwaarde op een aanwezige maar lege spouw. Dat is precies de situatie waarin na-isolatie via boorgaten het snelste resultaat geeft, met weinig overlast en zonder de woning te verbouwen.
Dak dat forfaitair een stuk gunstiger meetelt
De forfaitaire dakwaarde maakt bij 1965 de grootste sprong van alle bouwdelen. Voor woningen uit de tweede helft van dit decennium verschuift het zwaartepunt van de winst daarmee van het dak naar de gevel en de vloer.
Vloer die achterblijft
De forfaitaire vloerwaarde blijft in deze periode het laagst van de drie bouwdelen, ook na 1965. De vloer is daarmee het bouwdeel dat in de jaren-60-woning het vaakst wordt vergeten.
Dubbel glas vaak al vervangen
Vrijwel alle woningen uit deze periode hebben inmiddels dubbel glas. Dat is precies het punt waarop de referentieberekening op deze pagina aansluit. Zit er nog enkel glas in een uitbouw of op zolder, dan telt dat als extra verlies.
HR-ketel als vanzelfsprekendheid
De oorspronkelijke installatie is overal vervangen. De vraag is hoe oud de huidige ketel is: een ketel van rond de twintig jaar telt in de berekening merkbaar ongunstiger dan een recente HR-107.
Vaak seriematige wijkbouw
Deze woningen staan meestal in grote, uniforme blokken. Dat maakt gezamenlijk isoleren aantrekkelijk, maar het label blijft een individuele meting: uw positie in het blok en uw eigen aanpassingen bepalen de uitkomst.
Welke maatregel levert hier de meeste labelwinst op?
Gerekend voor een tussenwoning uit 1965 tot en met 1969, die vanuit de aannames hierboven op D uitkomt bij 290 kWh per m² per jaar. Per maatregel trekken wij het indicatieve EP2-effect van die waarde af en halen wij de uitkomst opnieuw door de klassegrenzen. De volgorde is dus op labelwinst, niet op kosten.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| HR-ketel vervangen door een volledige warmtepomp De grootste enkele installatiestap, mits de schil dat aankan. | -80 | C | 1 labelstap |
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | C | 1 labelstap |
| HR-ketel uitbreiden met een hybride warmtepomp De bestaande HR-ketel blijft hangen als bijverwarming. De grootste stap zonder de woning te verbouwen. | -50 | C | 1 labelstap |
| Een beperkte set zonnepanelen Eigen opwek wordt van de EP2-waarde afgetrokken en telt daardoor direct mee in het label. | -30 | D | geen labelstap |
| Isolatie van gemiddeld naar goed niveau Vloerisolatie en extra dakisolatie tillen een gemiddeld geïsoleerde woning naar een goed geïsoleerde schil. | -20 | D | geen labelstap |
| Dubbel glas vervangen door triple glas Grotere stap dan HR++, maar vraagt vaak ook nieuwe kozijnen. | -20 | D | geen labelstap |
| Dubbel glas vervangen door HR++-glas De gangbare glasstap in woningen uit de jaren tachtig en negentig. | -15 | D | geen labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: HR-ketel vervangen door een volledige warmtepomp. Dat is één labelstap, van label D naar label C, doordat de EP2-waarde van 290 naar 210 kWh per m² per jaar zakt. Klasse D is 40 kWh per m² per jaar breed. Dat verklaart waarom 4 van de 7 doorgerekende maatregelen op zichzelf binnen D blijven: de stap is reëel, maar net niet groot genoeg om de klassegrens te passeren.
Andere startsituatie: spouw nog leeg, isolatie op matig
De situatie die onze adviseurs in deze periode het vaakst aantreffen: dubbel glas is er wel, maar de spouw is nooit gevuld en het dak is hooguit deels aangepakt. Vanuit dit vertrekpunt is het volledige isolatiepakket de maatregel om te vergelijken. Het vertrekpunt verschuift daarmee naar E bij 320 kWh per m² per jaar.
| Maatregel | EP2-effect | Nieuw label | Labelwinst |
|---|---|---|---|
| Een ruime set zonnepanelen Een vol dak. In de labelberekening de snelste manier om de laatste tientallen kWh weg te nemen. | -55 | D | 1 labelstap |
| Volledig isolatiepakket, van matig naar goed Spouw, dak en vloer in één project. Dit is de grootste enkele ingreep aan de schil. | -50 | D | 1 labelstap |
| HR-ketel uitbreiden met een hybride warmtepomp De bestaande HR-ketel blijft hangen als bijverwarming. De grootste stap zonder de woning te verbouwen. | -50 | D | 1 labelstap |
| Isolatie van matig naar gemiddeld niveau Spouwmuurisolatie plus dakisolatie brengt een matig geïsoleerde woning op het gemiddelde niveau van de Nederlandse woningvoorraad. | -30 | D | 1 labelstap |
| Een beperkte set zonnepanelen Eigen opwek wordt van de EP2-waarde afgetrokken en telt daardoor direct mee in het label. | -30 | D | 1 labelstap |
| Dubbel glas vervangen door HR++-glas De gangbare glasstap in woningen uit de jaren tachtig en negentig. | -15 | E | geen labelstap |
De grootste labelwinst zit hier in één maatregel: Een ruime set zonnepanelen. Dat is één labelstap, van label E naar label D, doordat de EP2-waarde van 320 naar 265 kWh per m² per jaar zakt. Klasse E is 45 kWh per m² per jaar breed. Dat verklaart waarom één van de 6 doorgerekende maatregelen op zichzelf binnen E blijft: de stap is reëel, maar net niet groot genoeg om de klassegrens te passeren.
Deze tabellen laten zien welke richting kansrijk is, niet wat er in uw woning zit. Welke maatregel bij u werkelijk het meeste toevoegt, hangt af van wat er al is gedaan en van wat u kunt aantonen. Onze adviseurs lopen dat tijdens de opname met u door.
Van dit uitgangspunt naar een hoger label
Wilt u weten wat een concrete labelsprong vraagt, dan staat dat per sprong uitgewerkt: welke maatregelen die stap halen, in welke volgorde, en waarom er daarna een nieuwe opname nodig is.
Energielabel jaren 60 in vraag en antwoord
De grenswaarden per labelklasse staan compleet in de grenswaardentabel, met per klasse de energiewaarde en het bijbehorende technische profiel.
Bekijk de grenswaarden Bekijk alle veelgestelde vragenWelk energielabel heeft een jaren 60 woning?
Levert spouwmuurisolatie in een jaren 60 woning een labelstap op?
Waarom is 1965 zo belangrijk voor mijn energielabel?
Mijn woning is uit 1964 maar wel na-geïsoleerd. Wat nu?
Verder lezen over deze bouwperiode
- Spouwmuurisolatie in een jaren-60-woning: kosten en opbrengst
- Spouwmuurisolatie bij een hoekwoning: de zijgevel
- Vloerisolatie via de kruipruimte
Naastgelegen bouwperioden
Twijfelt u over het exacte bouwjaar van uw woning, dan zijn dit de perioden die er direct aan grenzen. De verschillen tussen twee opeenvolgende perioden zijn regelmatig groter dan verwacht.
Van berekening naar een officieel label
De uitkomsten op deze pagina zijn een berekening op basis van uw bouwperiode. Uw officiële label volgt uit een opname op locatie: onze gecertificeerde EP-adviseurs leggen vast wat er werkelijk in uw woning zit, en registreren het label meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname in EP-Online.
Vraag uw label aan
Door gecertificeerde EP-adviseurs (BRL 9500). Registratie in EP-Online, meestal binnen 2 tot 5 werkdagen na de opname.
Direct aanvragenUw officiële energielabel, snel geregeld
Vanaf €180 · Direct geregistreerd in EP-Online · 10 jaar geldig