Ga naar de inhoud
Ga naar de inhoud
Home » Nieuws » Groene waterstof woningverwarming: regelgeving, kosten en toekomst

Groene waterstof woningverwarming: regelgeving, kosten en toekomst

Groene waterstof woningverwarming is voorlopig geen reguliere optie voor Nederlandse huiseigenaren. Hoewel enkele pilots experimenteren met waterstof als verwarmingsbron, ligt de wettelijke en beleidsmatige focus tot minimaal 2030–2035 op isolatie, (hybride) warmtepompen en warmtenetten. Daarnaast ontbreekt het juridische kader voor grootschalige toepassing van waterstof in woningen. Bovendien is er nog geen duidelijk zicht op voldoende groene waterstof tegen betaalbare prijzen.

Toch is het belangrijk om als woningeigenaar te weten hoe het beleid zich ontwikkelt. Daarnaast kan waterstof in de toekomst een rol spelen voor moeilijk te verduurzamen wijken. Want in deze blogpost leest u alles over de huidige regelgeving, de beschikbaarheid van waterstof en de kosten. Ook ontdekt u wat u nu al kunt doen om voorbereid te zijn.

Wat is groene waterstof woningverwarming en waarom is het interessant?

Groene waterstof wordt geproduceerd via elektrolyse met duurzame elektriciteit uit wind of zon. Omdat bij de verbranding van waterstof alleen waterdamp vrijkomt, is de CO₂-uitstoot nul. Daarom wordt waterstof gezien als een schone energiedrager die mogelijk aardgas kan vervangen. Echter, de efficiëntie is relatief laag: van 1 kWh elektriciteit blijft na elektrolyse en verbranding slechts ongeveer 0,6–0,7 kWh warmte over. Ter vergelijking: een warmtepomp levert uit 1 kWh elektriciteit 3 tot 4 kWh warmte.

Daarnaast biedt waterstof voordelen voor de gebouwde omgeving. Want bestaande gasleidingen kunnen mogelijk na aanpassing worden hergebruikt. Ook lijkt de overstap van een aardgas-cv-ketel naar een waterstofketel voor bewoners minder ingrijpend dan de plaatsing van een warmtepomp. Toch zijn er aanzienlijke technische, juridische en financiële vraagstukken die eerst moeten worden opgelost.

Uiteindelijk hangt de geschiktheid van waterstof af van de beschikbaarheid van voldoende groene waterstof. Daarnaast spelen de veiligheid van de techniek en de kosten een cruciale rol. Daarom is het rijksbeleid helder: eerst worden pilots uitgevoerd om ervaring op te doen. Vervolgens wordt rond 2030–2035 besloten of groene waterstof woningverwarming op grotere schaal uitgerold kan worden.

Huidige regelgeving voor groene waterstof woningverwarming: waarom het nog niet mag

De Nederlandse wet- en regelgeving is op dit moment niet ingericht op grootschalige toepassing van waterstof voor woningverwarming. Namelijk, de Gaswet en onderliggende regels zijn primair geschreven voor aardgas. Daarom zijn voor waterstof tijdelijke juridische routes via experimentenregelingen nodig, zoals binnen het Programma Aardgasvrije Wijken. Dus kunnen particuliere woningeigenaren buiten pilotgebieden nu niet zelfstandig kiezen voor een waterstofketel.

Ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en relevante NEN-normen zoals NEN 1078 en NEN-EN 1775 zijn afgestemd op aardgasinstallaties. Want voor waterstof ontbreken specifieke voorschriften voor binneninstallaties, materialen, ventilatie en explosieveiligheid. Daarom heeft RVO in 2024 in een rapport over pilotprojecten geconcludeerd dat er voor waterstofverwarming in woningen nog niets expliciet is geregeld.

Bovendien is veiligheid een belangrijk aandachtspunt. Want waterstof is lichter dan aardgas en diffundeert sneller door materialen, wat extra eisen stelt aan lekdichtheid en ventilatie. Daarom is er een Generiek richtsnoer Waterstofveiligheid opgesteld door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Voor de vier lopende pilotprojecten (Lochem, Stad aan ’t Haringvliet, Wagenborgen en Hoogeveen) is er zelfs een aanvullend veiligheidsrichtsnoer binnen de Green Deal H2-Wijken afgesproken. Echter, dit kader is nog niet geschikt voor landelijke opschaling.

Wat betekent dit voor woningeigenaren?

Voor u als woningeigenaar betekent dit dat groene waterstof woningverwarming voorlopig alleen mogelijk is binnen pilotprojecten. Dus u kunt niet zelfstandig een waterstofketel laten installeren of een aansluiting aanvragen bij de netbeheerder. Daarnaast zijn er geen standaardsubsidies beschikbaar voor waterstofinstallaties in particuliere woningen. Bovendien is er nog geen consumentenmarkt voor waterstofgas, dus ook geen vaste prijzen of contractvormen. Wilt u wél al verduurzamen, dan kunt u een energielabel aanvragen om te zien welke maatregelen wel al mogelijk zijn.

Beschikbaarheid en prioriteit: waarom waterstof schaars blijft

Een belangrijk vraagstuk is de beschikbaarheid van groene waterstof. Want volgens het Nationaal Waterstofprogramma en het Nationaal Plan Energiesysteem krijgt waterstof tot 2030–2035 vooral prioriteit in sectoren die moeilijk direct te elektrificeren zijn. Namelijk: industrie (staal, chemie, raffinage), zwaar transport, scheepvaart en luchtvaart. Deze sectoren hebben voorrang op woningen omdat zij niet efficiënt met warmtepompen kunnen werken.

Daarnaast is de productie van groene waterstof kostbaar. Want elektrolyse vereist veel duurzame elektriciteit, en de huidige kostprijs ligt tussen €4 en €7 per kilogram waterstof. Eén kilogram waterstof bevat ongeveer 33 kWh energie. Bovendien kunnen inclusief transport, opslag en netkosten de eindgebruikersprijzen in de beginfase oplopen tot €0,20–€0,35 per kWh of hoger. Ter vergelijking: aardgas kost ongeveer €0,11–€0,12 per kWh. Ook produceert een warmtepomp 3 tot 4 kWh warmte uit 1 kWh stroom (effectieve kosten ongeveer €0,08–€0,12 per kWh warmte).

Kortom, waterstof zal in de komende jaren schaars en duur blijven. Omdat de energiesector onvoldoende groene waterstof kan produceren voor alle toepassingen tegelijk, richt het beleid zich eerst op sectoren met de grootste impact. Want voor woningen zijn warmtepompen en warmtenetten veel efficiënter en goedkoper. Daardoor is groene waterstof woningverwarming pas na 2030–2035 realistisch, en dan waarschijnlijk alleen in specifieke, moeilijk te verduurzamen wijken.

Kosten en investeringen voor groene waterstof woningverwarming: wat kost het straks?

Omdat er nog geen vrije markt is voor waterstofverwarming in woningen, zijn exacte prijzen onzeker. Toch zijn er indicaties uit pilots en studies. Want een waterstof-cv-ketel zal naar verwachting vergelijkbaar zijn in aanschafprijs met een moderne HR-ketel. Ook kan de prijs iets hoger uitvallen vanwege extra veiligheidsvoorzieningen zoals gasdetectie en ventilatie-aanpassingen. Daarnaast kunnen aanpassingen aan de binneninstallatie nodig zijn, afhankelijk van materialen, lekdichtheid en ventilatie-eisen.

Echter, de grootste kostenpost zit in de energieprijs zelf. Zoals eerder genoemd, ligt de verwachte eindgebruikersprijs van groene waterstof tussen €0,20 en €0,35 per kWh of hoger. Want een gemiddeld huishouden met een jaarverbruik van 1.200 m³ aardgas (ongeveer 11.000 kWh) zou bij waterstof uitkomen op jaarkosten van €2.200 tot €3.850. Daarbij komen dan nog eventuele belastingen of heffingen. Ter vergelijking: aardgas kost nu ongeveer €1.300–€1.500 per jaar voor hetzelfde verbruik. Ook kost een warmtepomp met elektrisch verbruik van ongeveer 3.000 kWh ongeveer €900–€1.350 per jaar.

Bovendien zijn er momenteel geen landelijke subsidies beschikbaar voor waterstofketels of -installaties. Want de ISDE-regeling van RVO ondersteunt wél warmtepompen, isolatie en aansluitingen op warmtenetten. Echter, waterstofverwarming valt hier niet onder. Ook het Warmtefonds biedt leningen voor verduurzaming, maar richt zich op warmtepompen, isolatie en warmtenetten. Dus als u nu wilt verduurzamen, zijn die alternatieven financieel veel aantrekkelijker.

Wat als waterstof in de toekomst goedkoper wordt?

Het is mogelijk dat de kostprijs van groene waterstof in de loop der jaren daalt door schaalvergroting, technologische innovatie en lagere prijzen voor duurzame elektriciteit. Toch verwachten experts dat waterstof voor woningverwarming altijd duurder blijft dan warmtepompen. Want de conversievliezen bij elektrolyse en verbranding zijn fysiek onvermijdelijk. Daarom blijft groene waterstof woningverwarming een optie voor uitzonderingsgevallen, niet voor de standaard verduurzaming. Dus voor de meeste woningeigenaren blijven warmtepompen en isolatie de beste keuze.

Lees ook: BENG en koeling: hoe zomers energieverbruik meetelt in de norm

Meer labelnieuws

Direct aanvragen