Verhuurder verplicht te verduurzamen: deze verplichting wordt vanaf 1 januari 2029 realiteit voor alle Nederlandse huurwoningen met energielabel E, F of G. Daarnaast moeten deze woningen worden verbeterd naar minimaal energielabel D, een duidelijke verscherping van de huidige regelgeving. Hoewel er geen algemeen verhuurverbod komt, kunnen gemeenten vanaf die datum actief handhaven en boetes opleggen aan verhuurders die niet aan de eis voldoen.
Wat verandert er precies in de huurwet vanaf 2029?
Vanaf 1 januari 2029 geldt een wettelijke eis dat alle huurwoningen met energielabel E, F of G moeten zijn verbeterd naar minimaal energielabel D. Bovendien is deze regel vastgelegd in de Kamerbrief over verduurzaming huurwoningen en wordt juridisch verankerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit. Daarbij geldt deze verplichting voor zowel woningcorporaties als particuliere verhuurders.
Echter, er komt geen verhuurverbod voor woningen die na deze datum nog een slecht energielabel hebben. Daarnaast kunnen gemeenten wel handhavend optreden: zij mogen verhuurders aanspreken om de woning te verbeteren en boetes opleggen bij niet-naleving. Kortom, deze nieuwe regelgeving markeert een belangrijke verschuiving. Tot inwerkingtreding van de Bbl-regel blijft het oude regime van kracht.
Waarom verhuurder verplicht te verduurzamen invoeren?
De verduurzamingsplicht is onderdeel van de nationale klimaatdoelstellingen. Namelijk, de gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor circa 15 procent van de totale CO₂-uitstoot in Nederland. Daarom richt de overheid zich op het verbeteren van slecht presterende huurwoningen. Want deze woningen veroorzaken vaak hoge energielasten voor huurders en dragen bij aan energiearmoede. Uiteindelijk levert deze maatregel een bijdrage aan betaalbaarheid, comfort en duurzaamheid.
Wat is de huidige situatie voor verhuurders?
Momenteel geeft de Rijksoverheid aan dat een verhuurder niet verplicht is energiebesparende voorzieningen aan te brengen. Echter, het ontbreken daarvan wordt niet als onderhoudsgebrek aangemerkt. Toch kan een huurder om verduurzaming vragen, waarna de verhuurder een huurverhoging wegens renovatie mag voorstellen. Ook kan de rechter een verhuurder verplichten tot maatregelen zoals dak- of gevelisolatie. Daarbij moet de huurder een redelijke huurverhoging accepteren. Kortom, deze situatie verandert aanzienlijk met de invoering van de label D-plicht.
Verhuurder verplicht te verduurzamen: welke maatregelen zijn nodig?
Een woning met energielabel E, F of G kenmerkt zich door slechte isolatie, verouderde beglazing en een inefficiënte verwarmingsinstallatie. Daarom zijn verschillende bouwkundige en installatietechnische verbeteringen noodzakelijk om aan de minimumeis van label D te voldoen. Vervolgens hangt de precieze aanpak af van het woningtype, bouwjaar en huidige staat van onderhoud.
Belangrijkste bouwkundige maatregelen
Om label D te behalen, zijn de volgende maatregelen doorgaans noodzakelijk:
- Dakisolatie: verbetering van de Rc-waarde naar minimaal 3,5 m²K/W door binnen- of buitenisolatie, kosten circa €40-80 per m², vaak €4.000-10.000 per woning
- Spouwmuurisolatie: opvullen van de spouw met isolatiemateriaal, circa €20-35 per m², doorgaans €2.000-4.000 per woning
- Vloerisolatie: isolatie van de begane grondvloer of kruipruimte, circa €25-50 per m², vaak €1.500-3.500 per woning
- HR++ beglazing: vervanging van enkel of oud dubbel glas door hoogrendementsbeglazing, circa €130-180 per m² glas, snel €4.000-8.000 afhankelijk van aantal ramen
- Kierdichting: verbetering van kozijnen en deuren om ongecontroleerd warmteverlies te beperken
Installatietechnische aanpassingen verhuurder verplicht te verduurzamen
Daarnaast zijn installatieverbeteringen cruciaal voor labelverbetering:
- Vervanging oude cv-ketel: installatie van een HR-ketel of hybride warmtepomp, kosten €2.500-4.000 voor HR-ketel, €5.000-9.000 voor hybride systeem
- Leidingisolatie: isolatie van verwarmings- en warmwaterleidingen om distributieverliezen te verminderen
- Verbeterde regeling: installatie van een slimme thermostaat en radiatorkranen voor betere temperatuurregeling
Kortom, voor een typische woning met label F of G kan het totaalpakket aan maatregelen uitkomen op €8.000 tot €20.000. Daarbij is dit afhankelijk van het startniveau en de gekozen oplossingen. Bovendien kunnen corporaties met schaalvoordelen deze kosten per woning verlagen. Ook kunt u via onze offerte-aanvraag direct een vrijblijvende prijsindicatie opvragen voor uw huurwoning.
Verhuurder verplicht te verduurzamen: verplichtingen en rechten
De nieuwe regelgeving heeft consequenties voor zowel verhuurders als huurders. Namelijk, vanaf 2029 moeten verhuurders actie ondernemen, terwijl huurders onder bepaalde voorwaarden verplicht zijn mee te werken aan verduurzamingsmaatregelen.
Verplichtingen van de verhuurder
Vanaf 1 januari 2029 zijn verhuurders verplicht woningen met label E, F of G te verbeteren naar minimaal label D. Eveneens kunnen gemeenten handhaven via maatwerkvoorschriften en boetes wanneer huurwoningen niet aan de label-eis voldoen. Daarnaast blijft de verhuurder verantwoordelijk voor het uitvoeren van dringende werkzaamheden en renovatie. Daarbij wordt verduurzaming steeds vaker als dergelijk werk aangemerkt.
Echter, voordat deze wettelijke plicht ingaat, kunnen verhuurders al vrijwillig verduurzamen. Daarbij is toestemming van de huurder nodig, tenzij het gaat om dringende werkzaamheden waarbij de huurder verplicht is mee te werken.
Verplichtingen van de huurder bij verduurzaming
Huurders moeten renovatie en dringende werkzaamheden gedogen, ook als dit tijdelijk het woongenot beperkt. Bovendien geldt dat wanneer verduurzaming als dringende werkzaamheden wordt aangemerkt, de huurder verplicht is medewerking te verlenen. Daarnaast moet bij renovatie met 70 procent instemming van huurders in een complex, ook de overige 30 procent meewerken. Uiteindelijk is een eenmaal ondertekende instemming met verduurzamingsmaatregelen bindend.
Gevolgen voor huurprijzen en woningwaardering
De verduurzamingsplicht heeft directe gevolgen voor huurprijzen en de waardering van huurwoningen volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS). Namelijk, bij verduurzaming mag de verhuurder een huurverhoging wegens woningverbetering vragen. Daarom is het belangrijk de financiële consequenties goed in kaart te brengen.
Huurverhoging na verduurzaming
Als verhuurder en huurder het eens zijn over de maatregelen maar niet over de huurverhoging, kan de Huurcommissie worden gevraagd een redelijke huurverhoging vast te stellen. Bovendien moet dit binnen drie maanden na uitvoering van de werkzaamheden gebeuren. Ook zal de rechter verduurzaming alleen opleggen als de huurder een redelijke huurverhoging accepteert. Daarbij moet deze in verhouding staan tot de kosten en het voordeel.
Echter, voor sociale huurwoningen speelt het WWS een grote rol: het energielabel en de energieprestatie leveren punten op die de maximaal redelijke huur bepalen. Daardoor kan een verbetering naar label D of hoger leiden tot extra WWS-punten. Vervolgens wordt een hogere maximale huur mogelijk. Uiteindelijk hangt de precieze uitwerking af van toekomstige aanpassingen in de regelgeving.
Subsidies en financiële steun voor verduurzaming
Verhuurders die hun bezit moeten verduurzamen, kunnen gebruikmaken van verschillende subsidies en financieringsmogelijkheden. Daarom is het verstandig om tijdig de beschikbare regelingen te onderzoeken. Bovendien kunnen deze financiële voordelen het verschil maken tussen een haalbare en onhaalbare investering.
Beschikbare subsidieregelingen voor verhuurders
Voor particuliere verhuurders en woningcorporaties zijn er verschillende mogelijkheden om financiële steun te verkrijgen. Ten eerste biedt de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) ondersteuning voor isolatiemaatregelen en duurzame installaties. Daarnaast kunnen verhuurders via het Nationaal Warmtefonds leningen afsluiten met gunstige voorwaarden. Ook lokale gemeenten bieden soms aanvullende subsidies voor verduurzaming van huurwoningen.
Praktische stappenplan voor verhuurders
Om tijdig aan de verplichting van 2029 te voldoen, is een gestructureerde aanpak noodzakelijk. Daarom adviseren experts om nu al te beginnen met voorbereiding. Vervolgens kunt u gefaseerd uw woningvoorraad verduurzamen en zo financiële pieken vermijden.
Stap 1: Inventariseer uw woningvoorraad
Begin met een overzicht van alle huurwoningen en hun huidige energielabel. Daarbij kunt u prioriteit geven aan woningen met label F of G. Ook is het verstandig om per woning de staat van isolatie en installaties te beoordelen.
Stap 2: Vraag een energieadvies aan
Een erkend energieadviseur kan voor elke woning een advies op maat opstellen. Bovendien krijgt u zo inzicht in de meest kosteneffectieve maatregelen. Vervolgens kunt u op basis daarvan een realistisch budget en planning maken.
Stap 3: Plan de uitvoering gefaseerd
Spreid de werkzaamheden over meerdere jaren om financiële pieken te vermijden. Daarnaast voorkomt u zo overlast voor meerdere huurders tegelijk. Ook kunt u gebruik maken van gunstige subsidieperiodes en contracten met uitvoerders afsluiten.
Conclusie: verhuurder verplicht te verduurzamen vraagt om tijdige actie
Verhuurder verplicht te verduurzamen is geen vrijblijvende aanbeveling meer, maar wordt per 1 januari 2029 een wettelijke eis. Daarom is het essentieel dat verhuurders nu al actie ondernemen. Want wie wacht tot het laatste moment, loopt het risico op capaciteitstekorten, hogere kosten en mogelijke boetes. Bovendien levert vroegtijdige verduurzaming direct voordelen op voor zowel verhuurder als huurder.
Door nu te starten met inventarisatie, advies en planning, spreidt u de investering en voorkomt u stress. Ook profiteert u langer van lagere energielasten voor huurders en een hogere woningwaarde. Tot slot draagt u bij aan de klimaatdoelstellingen en biedt u betere woonkwaliteit.



